CIMG2572.JPG
Onderwater wier
Wier
Laminaria wortel gerecht
« »

Vindplaatsen

Zeewier tref je aan in en bij alle zeeën en oceanen. Een van de weinige vereisten die zeewier stelt is een harde ondergrond om zich aan te hechten. De meeste wieren in Europa komen dus voor in:
Op de rotskusten van Engeland, Schotland en Noorwegen groeit bijvoorbeeld  een zeer rijke wierflora.

Roscoff

Het Franse Roscoff staat bekend vanwege de meer dan 500 verschillende soorten zeewier die daar worden aangetroffen.  
Volgens experts (o.a. professor Jean Feldmann) is de kust bij Roscoff het zeewierrijkste deel van de Noordatlantische Oceaan en het Kanaal. Roscoff is een gemeente in het Franse departement Finistère (regio Bretagne) en telt 3732 inwoners (2004). Roscoff is een havenstadje en een bekend kuuroord. De kuurcentra werken veel met producten op basis van zeewier. In Roscoff is ook het wereldberoemde "Station Biologique de Roscoff"gevestigd, alwaar meer dan drie honderd mensen zich bezig houden met het mariene leven rondom Roscoff.
 
 
Roscoff

Nederland

In Nederland bestaan alleen kunstmatige rotskusten in de vorm van de dijken, strekdammen en havenhoofden. Vooral in het deltagebied is een rijke wierflora aanwezig. Voorwaarde is dat de dijken zijn opgebouwd uit ruwe steensoorten. Gietasfalt en basalt raken maar moeilijk begroeid. Op pontons in havens, in kanalen met zout water en in zoutwatergebieden waar geen getijde-werking bestaat, zoals de Grevelingen, komen ook wieren voor. Men treft er over het algemeen dezelfde soorten aan als in getijdengebieden maar wel in andere verhoudingen.
 
Zandkusten zijn niet geschikt voor de ontwikkeling van wieren. Het zand is teveel in beweging en biedt daardoor geen houvast. Alleen op wadplaten met geringe stroming kunnen soorten als zeesla en darmwier voorkomen. Op kwelders komen enkele wiersoorten voor die speciaal aan dit milieu gebonden zijn, zoals schorpioenwier.
 
                                                      
 
In de Flora van de Nederlandse zeewieren worden zo'n 250 soorten behandeld.
Hiervan worden 170 soorten als inheems beschouwd; de overige soorten zijn aangespoeld.
De schatting is dat in de Oosterschelde zo'n 150 verschillende soorten wier voorkomen. 

Litorale zone

Op de dijkhellingen zijn vaak duidelijke zones te zien, elk met een andere wierbegroeiing. Deze zonering ontstaat op natuurlijke wijze doordat elke wiersoort in verschillende mate bestand is tegen uitdroging. De zone tussen de laagwaterlijn en de hoogwaterlijn noemt men de litorale zone, die is onderverdeeld in een drietal zones:
 
Sublitorale zone: In de zone onder de laagwaterlijn (die in principe altijd onder water staat) komt bijvoorbeeld suikerwier voor.
 
Intertidaal gebied: Dit valt tussen de laag- en hoogwaterlijnen:
Spat- of supralitorale zone: Vanaf de hoogwaterlijn landinwaarts. Dit deel is gewoonlijk alleen bereikbaar voor opspattend
      zeewater. Het komt alleen onder te staan bij hoog springtij of stormen. Hier komt klein darmwier voor.
 
 
Nog hoger bevindt zich dan de zone van de korstmossen.
 

Exoten

Niet alle vastzittende wieren zijn inheems. Het Japans bessenwier is een voorbeeld van een soort die van ver is gekomen, maar in Nederland goed gedijt. Bij harde wind of ijsgang kunnen zeewieren van hun ondergrond worden losgetrokken. Op de Nederlandse kust spoelen niet alleen wieren aan die elders op onze kust groeiden.
Ook wieren die aan andere kusten los raken kunnen hier terecht komen. Zo spoelt zeespaghetti (riemwier) regelmatig aan op het strand, maar groeit het niet in Nederland. Veel wieren die op het strand liggen, zijn afkomstig van de Franse, Engelse of Noorse kust en hebben een maandenlange zeereis achter de rug.

Zoekkaart

Het Nationaal Park Oosterschelde heeft een leuke zoekkaart gepubliceerd waarmee je de namen kunt opzoeken van de meeste wieren die in de Oosterschelde en bij de andere Deltawerken voorkomen: