Onderwater wier
CIMG2552.JPG
Sushi als moderne kunst
IMG_7681.JPG
« »

Darmwier (breed, plat, klein, echt)

Breed darmwier   Enteromorpha linza
 
Beschrijving:
Deze soort is wat kleiner dan het echt darmwier (Enteromorpha intestinalis ). Onvertakt. Hij wordt ca. 50 cm lang. De bleekgroene tot donkergroene bladen zitten aan het ene uiteinde vast aan de ondergrond. Onderaan zijn ze smal en rond – het lijkt soms net een steeltje – en verder naar boven toe worden het platte linten. Er zit dus geen lucht in de buizen. Bovendien zit het lint vaak gedraaid. Vaak met meerdere exemplaren bij elkaar.
 
Chromatofoor: Goed ontwikkeld, meestal met één pyrenoid.

Leefgebied:
Midden in het intergetijdengebied, op stenen, schelpen en andere wiersoorten. Ook in het sublittoraal. Houdt erg van rustig water en kan goed tegen lagere zoutgehaltes. Deze soort komt algemeen voor.
 
Verspreiding:
Komt vrijwel overal op de wereld in de gematigde tot subtropische gebieden voor.
 
Klein darmwier   Blidingia minima (Näg. ex Kütz.) Kylin
 
Beschrijving:
Deze darmwiersoort is weinig tot niet vertakt. Buisvormig. Hoogte tot zo'n 10 cm. Kleur lichtgroen. Bovenaan breder dan onderaan. Van deze soort is geen geslachtelijke voortplanting bekend. Cellen met een centraal gelegen ster-vormige chromatofoor en een centrale pyrenoid.
 
Leefgebied:
Hoog in het intergetijdengebied, op rotsen, stenen en palen, op schorren en kwelders, waar hij zich op diverse planten kan vestigen en zelfs zandplaten, als er maar iets is waarop de plant zich kan vastzetten. Houdt van wat ruwere omgeving. Vormt soms een duidelijk te onderscheiden band langs de hoogwaterlijn. Pas op, deze band is erg glad. Komt algemeen voor in onze streken.
 
Verspreiding: Wereldwijd.


Plat darmwier    Enteromorpha compressa
 
Beschrijving:
Net als alle darmwiersoorten zijn de ‘bladen’ van deze soort buisvormig: daar komt de naam darmwier vandaan. De wand van de buizen is slechts 1 cellaag dik. Het is zonder microscoop heel moeilijk om darmwiersoorten met zekerheid op naam te brengen, omdat er zo’n grote variabiliteit binnen de soorten bestaat. Toch kom je ‘op het oog’ ook wel een heel eind in de goede richting, vooral als je je beperkt tot de meer algemene soorten, zoals we ook op deze cd-rom doen.
De planten van deze soort zijn vertakt, vooral onderaan: met name daaraan kun je deze soort van de andere darmwiersoorten onderscheiden. De bovenkant van de bladen is min of meer recht afgesneden. De planten maken een tamelijk iele indruk. Ze worden vaak slechts rond de 5 cm hoog, maar kunnen 15 cm bereiken. Kleur: grasgroen.
 
Chromatofoor: Apicaal in de cel, kapvormig, met één pyrenoid.
 
Leefgebied:
Een zeer algemene soort in het intergetijdengebied. Ook in het sublittoraal. Op stenen, andere wieren en hout. Het is vaak één van de eerste soorten op een nieuwe dijkglooiing. Kan grotere oppervlakken bedekken.
 
Verspreiding:
Komt vrijwel overal op de wereld in de gematigde tot subtropische gebieden voor.
 
Echt darmwier     Enteromorpha intestinalis
 
Beschrijving:
Deze soort van de groep van de darmwieren ziet er ook echt uit als een darm: hij is vrijwel onvertakt en vormt een buis van ca. 1 cm dikte, die er vaak opgeblazen uitziet vanwege luchtbellen die er in zitten. Deze buizen zitten aan het ene einde vast aan de ondergrond. Ze worden zo’n 75 cm lang en bovenaan zijn ze breder dan aan de onderkant. De kleur is bleekgroen tot donkergroen.
 
Chromatofoor: Kapvormig, apicaal in de cel, met één pyrenoid.
 
Leefgebied:
Van de gemiddelde waterlijn tot boven het intergetijdengebied; ook in poeltjes boven hoogwater. Kan heel goed tegen lage zoutgehaltes, soms lijkt het er zelfs op dat deze soort ervan houdt dat er af en toe zoet water langs stroomt. Op rotsen, stenen, schelpen, hout; vaak ook op constructies in het water, zoals steigerpalen.
 
Verspreiding: Komt vrijwel overal op de wereld in de gematigde tot subtropische gebieden voor.